Lancering V2-raket te Peenemunde. Logo website. Verzameling Haags Gemeente Archief. Postbus 12600. 2500 DJ  Den Haag.Lanceer- en inslagplaatsen V2platform
500 DODEN

door communicatiefout


Het bombardement van het Bezuidenhout van 3 maart 1945 was een triest dieptepunt in een reeks van bombardementen, die vóór die tijd al, deze mooie wijk beschadigden. Sinds januari 1945 liet de Engelse luchtmacht enkele malen per dag zijn vernietigende bommenlast op het Haagse Bos los. De V(ergeltungswaffen)2-raketten, die regelmatig hun moordende werk in Londen deden, waren door de geallieerden niet te stuiten. De opslag- en lanceerplaatsen van de monsterlijke projectielen bevonden zich voornamelijk in het Haagse Bos en het landgoed Duindigt. Daarom wilden de geallieerden met een niets ontziend bombardement de lanceerplaatsen van de V2's in een keer wegvagen. Zeven Hagenaars die het bombardement van 3 maart 1945 aan den lijve hebben ervaren, kijken terug op dé ervaringen van hun leven.


OOGGETUIGENVERSLAG
"We stonden doodsangsten uit voor de V2's. Iedere dag opnieuw. Overdag ook. Maar 's nachts was het het 't ergste. Voordat je iets hoorde, stond je slaapkamer in roodgloeiend licht. Het kwam van achter van ons vandaan. Dan wachtte je, totdat het geronk begon, en dan moest je goed luisteren. Want als dat geronk ophield, dan werd het pas echt onheilspellend, omdat dat ding ieder moment kon neerstorten. Hij ging eerst vrij steil omhoog en dan met een bocht naar het noordwesten. Dan had je er geen last meer van. Bij ons zat de schrik er goed in, want hij is één keer in de buurt neergeploft. Dat gebeurde op oudejaarsavond, vier minuten voor twaalf. Toen knalde dat ding neer. Mijn moeder zei: 'Dat is nu een presentje voor de Engelsen'. Dat was die angst, die je voor die misdadige dingen had. Dat was als galgenhumor bedoeld. Overdag viel het wel mee, want dan zag je het vuur niet. Je hoorde ze wel, omdat de mensen ineens stonden te kijken op straat. Een van de miskleunen ging helemaal zigzag door de straat en kwam in de Kamperfoeliestraat terecht.' Zo vertelt P. Greijer (63) over zijn jeugdjaren.

De Engelsen waren in staat de V1, de vliegende bom, met gewoon afweervuur neer te schieten. Met de komst van de V2 in september 1944 had de raket zijn intrede gedaan. Dit apparaat had slechts vijf minuten nodig om Londen te bereiken en daar zijn verwoestende werk te doen. De Engelsen lieten het er niet bij zitten. Al snel probeerden zij de onder bomen verstopte lanceerplaatsen van de V2 in Wassenaar, Duindigt en het Haagse Bos met bommen te vernietigen. Dat was niet eenvoudig, omdat de lanceerplaatsen mobiel waren. Ze werden voortdurend verplaatst door de Duitsers. Na het afvuren van het projectiel waren de Duitsers binnen de kortste keren met hun materiaal onder het bladerdak verdwenen. Half februari 1945 concentreerden de geallieerden zich op het Haagse Bos, omdat daar veel lanceringen plaats vonden. J. Wolff (70) woonde met ouders, huishoudster en onderduiker in de Agnesstraat. In de periode pal voor 3 maart 1945 is er kennelijk geprobeerd om met jachtbommenwerpers de verplaatsbare opstelling van de V2 te bombarderen. En elke dag opnieuw was er luchtalarm en kwamen de jachtbommenwerpers. Dat was een vrij angstaanjagend geluid. In duikvlucht kwamen die dan naar beneden en probeerden zo scherp mogelijk op doelen te mikken'. Maar dat lukte niet altijd. Sommige bommen 'zwaaiden af' naar het Bezuidenhout. Een van die 'afzwaaiers' heeft grote indruk gemaakt op P. Greijer. 'Het ergste was, dat een week vóór 3 maart al een bom vlak voor de kerk van OLV Goede Raad aan de Bezuidenhoutseweg viel. Ik kende daar een hoop mensen, omdat ik daar misdienaar was. Alle gebrandschilderde ramen lagen eruit. De diensten gingen gewoon door. Daar lagen ook veel overleden personen, omdat er door de oorlogsomstandigheden veel dood gingen. Aan de overkant bij melkhandel Loos zijn twee dienstmeisjes om het leven gekomen.'

Willem van Outhoornstraat hoek Laan van NO-Indie met op de voorgrond A.A. Flick Jr. Foto door J. Amesz. 	Verzameling J. Borsboom, Almere.

Willem van Outhoornstraat hoek Laan van NO-Indië met op de voorgrond A.A. Flick Jr. Foto door J. Amesz. Verzameling J. Borsboom, Almere.

M. Flick-Francino (61) bewaart een levendige herinnering aan de angstige momenten, wanneer de jagers met mooi weer hun bommenlast kwamen afwerpen. 'Je raakte getraind op de jachtvliegers. Je hoorde ze omhoog gaan. Dan was het tellen geblazen: als het te vlug ging, dan waren ze dichtbij. Was het meer dan tien tellen, dan dreigde er geen gevaar, dan doken wij bij de buren onder de trap. Ik kreeg een vergiet op mijn hoofd, totdat het afgelopen was.'

Veel inwoners van het Bezuidenhout vonden het te gevaarlijk worden. Vooral moeders met kinderen verlieten uit voorzorg de wijk, voordat de Engelsen om acht uur kwamen bombarderen. Ná zes uur 's avonds vertrokken de Britten weer, en ging iedereen kijken of zijn huis er nog stond.

De bomaanvallen en beschietingen van de Spitfires wisten het V2-geweld niet het zwijgen op te leggen. Onder zware druk van de steeds stijgende verliezen en schade kwam vanuit het Engelse parlement de roep om een krachtiger aanpak. Daarom ontwikkelden de geallieerden een plan om vermoedelijke opslag- en lanceerterreinen met zware bommenwerpers aan te vallen. Een daarvan was het Haagse Bos, waar volgens het Britse hoofdkwartier een aantal V2-raketten stond opgesteld. Althans, dat dacht het hoofdkwartier. Door een kwalijke communicatiefout kwamen luchtfoto's van een week eerder niet onder ogen van het hoofdkwartier. Op die foto's was duidelijk te zien dat er allang geen raketten meer stonden. Het bombardement van het Haagse Bos ging dus door. Het is zeer vreemd dat volgens het tijdschrift 'After the Battle' (1974) op Engelse luchtfoto's van 24 februari 1945 al was te zien, dat de raketten inmiddels uit het Haagse Bos waren gehaald. Toch werd een luchtaanval door de Britse luchtmacht voorbereid voor 3 maart 1945, omdat Fighter Command had nagelaten de ontdekking te melden aan de Tweede Tactical Air Force. Als dit wel gebeurd was, zou het bombardement zijn afgelast. Dat had ruim vijfhonderd doden gescheeld.

Op de avond vóór het bombardement bereidde J. Poot (81) zich op een bijzondere manier op de komende gebeurtenissen voor. 'Bij het naar bed gaan zei mijn vrouw Ali: 'Ik ben toch zó bang'. We hebben toen samen gebeden en ik kreeg een tekst in mijn gedachten (waar het stond, ben ik dertig jaar later te weten gekomen). Het was psalm 91.7: 'Al vallen er duizend aan uw zijde en tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken'.' Het aanroepen heeft geholpen. Het echtpaar Poot is de oorlog goed doorgekomen.


3 MAART 1945
Op de vroege ochtend van de derde maart vertrokken 56 Engelse Mitchell bommenwerpers uit Melsbroek bij Brussel en Vitry in Frankrijk voor hun vernietigende opdracht boven Den Haag. Hun missie: Duindigt, de commandopost Marlot en de westelijke rand van het Haagse bos moesten compleet met de grond gelijk gemaakt worden. Door een foute opdracht in de navigatie lieten de eerste vliegtuigen hun verwoestende last niet in het noordwesten maar in het zuidoosten van het Haagse Bos vallen, 2500 meter van hun doel. De andere toestellen volgden dit voorbeeld klakkeloos. Hierdoor werd het hele Bezuidenhoutkwartier met een moordende regen van staal en springstoffen bestookt.

Om precies acht over negen breekt boven het Bezuidenhout de hel los. J. Flick (63) uit de Willem van Outhoornstraat kan zich dit ogenblik nog verschrikkelijk goed herinneren. 'Een dag of tien van tevoren hadden wij van het Zweedse Rode Kruis brood gekregen en wat margarine. Mijn deel had ik al opgegeten. En op zaterdag 3 maart had ik alleen nog een stukje van die margarine over. Ik keek op de klok, want ik moest naar school om mijn huiswerk te brengen. We hadden geen les, dat mocht allemaal niet meer. Eens per week moest je je huiswerk komen brengen. En dan kreeg je weer een nieuwe taak voor thuis. Het was tien voor negen. En ik zei tegen mijn moeder: 'Dit heb ik als taak te maken'. En toen gebeurde het. Mijn moeder vloog tegen het plafond aan. En mijn broer, die in de gang stond, werd door de keuken heen naar buiten geblazen de tuin in. Opvallend is, dat ik op die stoel zat en bleef zitten. Met mij is niets gebeurd. Hoe druk zich verplaatst is heel merkwaardig. Toen heb ik geschuild onder de trap. Ik weet nog, dat ik een mooie Chinese koperen kan op mijn hoofd moest zetten, totdat het echte bommengooien afgelopen was. Niemand van ons raakte gewond.'

Ook J. Wolff bewaart onuitwisbare herinneringen aan het bombardement. 'Mijn ouders waren op de vroege ochtend van 3 maart vertrokken naar het centrum van de stad, met de bedoeling om 's avonds weer naar huis terug te gaan. Want 's avonds waren er geen bombardementen, maar overdag wel. Het was de eerste keer, dat zij naar het centrum van de stad trokken. Ik was helemaal alleen thuis. Ik vermaakte mij goed. Op een gegeven moment hoorde ik een groot aantal vliegtuigen. Ik dacht: die vliegen weer over naar Duitsland. Maar dat was mis. Want op dat moment vielen die bommen. Wij hadden een ouderwets herenhuis met een kelderkast. Ik dacht: ik ga in de kelderkast zitten en dan wacht ik wel, hoe het afloopt. Want in één klap was het huis één stofwolk. Je zag geen hand meer voor ogen door een bom, die op afstand van circa 15 meter was gevallen op de huishoudschool. En die was aan de overkant van de straat. Die straten waren toen nog niet zo gek breed. Ongeveer 12 meter. Wat dat betreft was het een 'narrow escape'. Dat bombardement heb ik daar afgewacht. En op een geven moment was het weer rustig. De vliegtuigen waren verdwenen. Dus ik dacht: nu is het afgelopen. Er zijn twee of drie golven van bombardementen geweest, als ik het wel heb. Ik zat dus in de eerste golf.'

Tijdens het bombardement leek het, alsof er 'van bovenaf' werd ingegrepen, zo meent G. Keijzer (77) uit Voorburg. 'De kerktoren van de Schenkkadekerk was eraf. Die was door het dak heen de kerk in gevallen. Onze buurvrouw was onder de biechtstoel gekropen. Dat heeft haar het leven gered.' Toen de bommen vielen, deed J. Flick een merkwaardige ontdekking. Aan de overkant woonde een man uit Scheveningen. Die stond vreselijk slecht bekend, omdat hij lid was van de NSB. Hij liep altijd in uniform over straat. Uit datzelfde huis kwam een Jood in vol ornaat, met een baard en zo. Een orthodoxe jood. Gek, dat die man dat strak en stijf vol heeft gehouden. Hij kwam uit dat huis. Dat heb ik zelf gezien. Dat was een hele rare ervaring. Die zat daar ondergedoken. Kennelijk is die man lid van de NSB geworden om dat verborgen te kunnen houden. Anders kan ik het niet verklaren.

D. van Tuijl-Geerling (81) wilde vluchten, maar hoorde de tweede aanval alweer aankomen. 'Nu moesten wij op het portiek blijven, omdat wij daar het veiligst waren. Wij hadden de wandelwagen met mijn zoon beneden op straat staan. Hij wilde er niet uit. Ik was woedend en heb hem met mijn vuist in zijn rug naar boven geduwd. Na de tweede golf lag er een grote bomscherf in de wandelwagen. Dat kind is dus gered, omdat ik hem naar boven had geduwd.'

VLUCHTEN NAAR VOORBURG 
Na de eerste twee aanvallen komt een massale uittocht op gang. Ook mensen van wie het huis is gespaard besluiten te vluchten, meestal in de richting van de Koningin Wilhelminalaan te Voorburg. P. Greijer denkt nog vaak aan de vlucht. 'Het was helder weer op 3 maart. Dan was de kans groot, dat de Tommies zouden komen. Daarom wilden wij al vroeg op weg gaan. Ik had twee konijnen, waarvan er een tussen de schutting gekropen was. Toen stonden wij in tweestrijd. Mijn vader zei: 'Wat doen wij nou? Wat doen wij nou? Een konijn was een waardevol bezit in de hongerwinter. Ondertussen begonnen ze al te mitrailleren. De hulzen lagen in de tuin. Wij hebben het konijn toch nog te pakken gehad.' Dat geld op zo'n moment niet gelukkig maakt, ondervond D. van Tuijl-Geerling. 'Er waren mensen, die op hun vlucht tassen met geld hadden achtergelaten op straat. Mijn man zei: 'Doorlopen, doorlopen.' Want je kon toch niets kopen. Ik vond het wel griezelig. Ik had absoluut geen neiging om dat mee te nemen. Het ging ons erom het leven van mijn man en mijn drie kleine kinderen te redden. Dat was al zwaar genoeg.'

Amalia van Solmsstraat met op de voorgrond het Bosbad. Aan de linkerzijde stond het woonhuis van de familie van Jos Borsboom. Foto door H. Douwes. Verzameling HGA, fotonr. 0.05975.1. Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Amalia van Solmsstraat met op de voorgrond het Bosbad. Aan de linkerzijde stond het woonhuis van de familie van Jos Borsboom. Foto door H. Douwes. Verzameling HGA, fotonr. 0.05975.1.

Op een speciale manier is J. Flick op zijn vlucht 'begeleid'. 'Ik ben met de poezen in een gebakdoos de Laan van NO-Indië opgelopen richting Voorburg. Op het moment, dat ik de Laan van NO-Indië wilde inslaan, kwam daar kapelaan Lautenschutz van de kerk aan de Bezuidenhoutseweg met ciborie en kelken aanmarcheren. Ik kende hem heel goed, want ik diende daar vaak de mis. Hij zei: 'Jan kom maar mee', want de vlammen sloegen dwars over de Laan van NO-Indië heen. De bovenleiding van de tram kwam toen naar beneden. Dat gebeurde vlak bij ons. Wij liepen daar zo ongeveer in het midden. Toen heb ik die kist laten vallen. De poezen heb ik nooit meer teruggezien. Daarna ben ik in feite naar Voorburg ontkomen.' M. Flick-Francino is blij over de hulp van wildvreemde stadgenoten, die de vluchtelingen uit de ongeluksbuurt in huis namen. 'Wij zijn in Voorburg terecht gekomen bij volkomen vreemde mensen. Daar hebben wij ongeveer drie dagen gezeten. Er kwam zo'n stroom van vluchtelingen. Sommige mensen waren echt menslievend, dat zij hun deuren openzetten.'


SLACHTOFFERS
Als gevolg van het bombardement vallen er honderden slachtoffers. 'Over de Schenkkade rijdend waar de bommen verscheidene mensen hadden getroffen, zag ik een vrouwenbeen met dezelfde kleur kousen als mijn vrouw had. Ik ben toen afgestapt om nader te zien. Het been had echter een heel andere schoen aan. Dus zij was het niet! Vlak daarbij lag het hoofd van een man. Er had een jasje over gelegen, maar dat was opzij gewaaid. Daardoor kon ik het zien,' aldus J. Poot over de slachtoffers van het bombardement, die daar open en bloot op straat lagen. De slachtoffers staan M. Flick-Francino nog in het geheugen gegrift. 'Dat je daar een man in de resten van een huis ziet hangen en een oude man uit het puin ziet halen.' Ook kwam het voor, dat slachtoffers helemaal van de aardbodem verdwenen. D. van Tuijl-Geerling kende een schilder, die op de ochtend van het bombardement zijn huis aan het schilderen was. 'Na het bombardement is er nooit meer iets van hem vernomen. Het huis is getroffen. Zijn vrouw en kinderen zijn gespaard. Zij hebben nooit iets van hem gevonden. Het heeft grote gevolgen voor haar gehad. Want zij was daardoor geen weduwe en kreeg geen weduwepensioen.'


OVERLEVEN
Het bombardement heeft het leven van een aantal slachtoffers ingrijpend veranderd. G. Keijzer had een duidelijke opvatting over het overleven tijdens het bombardement. 'Wil je kunnen overleven, dan moet je niet zo hechten aan huis en spulletjes'. Na het bombardement moesten de slachtoffers de draad van hun leven weer oppakken. Dat was niet voor iedereen even makkelijk. Toen zei ik tegen een vrouw, die stond te huilen: 'Maar je bent er zelf toch ook nog. Je man is er nog en je kind'. 'Ja, dat is waar ook,' zei ze. 'Dat is het overleven,' aldus G. Keijzer. Soms komt dit overlevingsgevoel vanzelf, zoals P. Greijer met zijn vader ervoer. 'Mijn vader zei: 'Alles zijn wij kwijt'. We hadden geen enkele illusie dat er nog iets overgebleven zou zijn. Toen begon die man te huilen. Dat gebeurde niet zo vaak. 'En ik ben zo gelukkig, dat wij er nog allemaal zijn'. Het heeft veel indruk op mij gemaakt, dat materiële zaken helemaal niet speelden. Dat je blij was, dat je het er levend vanaf had gebracht.'


PLUNDERAARS 
Na het bombardement deden plunderaars hun misdadige werk. Zij werden als straf door de bezetter doodgeschoten. Binnen een maand werden 103 plunderaars door de politie gearresteerd. De manier, waarop plunderaars werden aangepakt, maakte diepe indruk op P. Greijer. 'Ter hoogte van het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen stonden twee Duitse soldaten. En daar stonden twee volwassen kerels van een jaar of veertig met een strop om hun nek en met een bord: 'Ik ben een plunderaar, morgen word ik doodgeschoten'. Dit vond ik vreselijk. Oog in oog stond ik met iemand, die doodgeschoten ging worden. Het was bekend, dat daar heel wat schorriemorrie naar toe ging om te plunderen. Want een dag daarna zijn er ook een stel dingen uit ons huis gestolen. En dan stond je daar als jongetje zo voor die man. Die keek zo naar mij. Die man wordt doodgeschoten. Ik vond het nog erger dan het hele bombardement. Toen kwam er een Nederlander en die zegt tegen die man: 'Jullie mogen blij zijn, dat je doodgeschoten wordt, want ik zou je darmen uit je verdommenis halen''.


GEVOLGEN
De Duitsers speelden handig in op de gevolgen van het bombardement. Want kort na het bombardement verschenen volgens P. Greijer plakkaten op de hoek van de Schenkstraat met de tekst. 'Dat waren jullie vrienden!' Op deze posters zag je de bommen naar beneden komen. De vader van J. de Wolff had als kerkmeester van de OLV Goede Raad een vooruitziende blik. 'Mijn vader heeft toen voor deze kerk een oorlogsmolestverzekering afgesloten bij de OOM (Onderlinge Oorlogsmolestschadeverzekering Maatschappij). Daarom is die nieuwe kerk volledig zonder enige cent schuld opgebouwd. Tot op de dag van vandaag hebben ze geen schulden, een van de weinige kerken in het bisdom Rotterdam. De basis was de verzekering, en de rest was een zeer actief kerkbestuur, een man die goed kon organiseren: fancy fairs, de bouwpastoor Van Alphen, die preekte het hele land door voor zijn kerk en haalde aldus een hoop geld voor zijn kerk op. De kerk werd gebouwd zonder een cent schuld. Het fundament is geweest: de molestverzekering, die mijn vader had afgesloten. Hij is toen ook na afloop van de herbouw Commandeur geworden in de orde van Gregorius de Grote. Mijn vader had in verzekeringen gezeten. Hij dacht, laten wij het maar verzekeren, want er kan altijd wat gebeuren.'

Bezuidenhout in brand gezien vanuit Voorburg over de spoorlijn Den Haag - Leiden en de Schenkkade. Foto door D. Dijkstra. Verzameling HGA, fotonr. 1945 III 74. Postbus 12600, 2500 DJ  Den Haag.

Bezuidenhout in brand gezien vanuit Voorburg over de spoorlijn Den Haag - Leiden en de Schenkkade.
Foto door D. Dijkstra. Verzameling HGA, fotonr. 1945 III 74.

De gevolgen van het bombardement waren desastreus: 520 doden, 230 zwaar gewonden en 432 vermisten. 3300 huizen waren verwoest, 1200 zwaar beschadigd, 30000 mensen raakten dakloos. Een paar dagen later lukte het de Britse bommenwerpers wel om Duindigt geheel te vernietigen.


LANCEREN V2'S GAAT GEWOON DOOR
Ondanks het bombardement ging het lanceren van de moordende projectielen gewoon door. Zo stegen in de nacht van 3 op 4 maart 1945 de verzengende raketten op, die op Duindigt en elders werden gelanceerd. Het leek wel, alsof de Duitsers wilden aantonen, dat de RAF alweer de lanceer- en opslagplaatsen van de V2's had gemist. Een van de projectielen stortte als een vallende meteoor bij de Schenkweg neer. Hierbij kwamen acht brandweerlieden, die daar nog aan het blussen waren, om het leven. 'Je zag de V2 recht omhoog gaan en dan weer naar beneden, en even later ging die weer omhoog en weer naar beneden. Daar in de buurt is hij ergens ontploft', aldus G. Keijzer.


LEVEN NA HET BOMBARDEMENT
Na het bombardement moest het leven opnieuw worden opgebouwd. R. Weidmann-Cornelissen (69) geeft hierover haar gevoelens weer. 'Eind mei 1945 gingen wij weer naar het Bezuidenhout. Een dode wijk met veel verdriet. Veel vrienden weg. Scholen weg. Ik begrijp niet goed, hoe mensen de moed vonden om weer te beginnen. Het was puin ruimen geblazen. Langzaam herstelde zich alles. Nu is het Bezuidenhout grotendeels kantoorwijk geworden. Weg leuke, gezellige huizen! Juliana van Stolberglaan. Emmapark. Theresiastraat. Zo gaat dat. Het heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Het blijft altijd in mij leven!'

 


V2platform

Vergelding

500 Doden Dora Plattegrond

Lanceerplaatsen

Inslagen Bombardement Krantenknipsels Reacties
Monument Borsboom Overlevenden Deetman Boek

© Jos Borsboom